Een recente brief van het kabinet markeert een fundamentele stap in het denken over veiligheid en burgerrechten. Zij moeten niet meer in concrete gevallen tegen elkaar worden afgewogen; vanaf nu gaat veiligheid voor. Het is een even onjuiste als onnodige keuze.
Op 3 november publiceerde het kabinet zijn standpunt over het advies van de Commissie Brouwer-Korf, over veiligheid en privacy, en de evaluatie van de Wet bescherming persoonsgegevens. De kop boven het persbericht verkondigt “Meer aandacht voor privacybescherming burgers”. Dat dekt alleen de lading van de brief als je “inperken” ook ziet als een vorm van “aandacht geven”: in werkelijkheid gaat de overheid meer gegevens opslaan en uitwisselen.
Dat burgers “erop mogen rekenen” dat overheidsinstanties waar nodig informatie delen, klinkt plausibel, haast evident. Niemand wil dat boeven vrijuit gaan omdat ‘de instanties’ even niet communiceerden. Toch is wezenlijk verschil van inzicht mogelijk over wanneer het vanuit veiligheidsoogpunt noodzakelijk is dat overheidsorganisaties persoonsgegevens uitwisselen, alsmede over de verdere details van die uitwisseling. Wiens en welke gegevens worden uitgewisseld? Wie kan er allemaal bij? Hoe worden de gegevens geverifieerd en beveiligd? Worden de gegevens vernietigd als verder gebruik niet meer noodzakelijk is voor de veiligheid? read more »