NJB Kroniek Technologie & Recht 2013-2014

De afgelopen twee jaar brachten de onthullingen van Edward Snowden over de digitale spionageprogramma’s van de Amerikaanse en Britse veiligheidsdiensten een maatschappelijk debat teweeg over de verhouding tussen veiligheid en (digitale) grondrechten. De kritische aandacht voor de al dan niet vrijwillige medewerking van grote Amerikaanse technologiebedrijven aan surveillance en hun eigen omgang met persoonsgegevens, was onderdeel van een bredere tegenreactie onder de noemer ‘de Oude Wereld laat zich niet langer koloniseren door Silicon Valley’. Nederlandse internetaanbieders werden massaal bevolen de toegang tot de file sharing website The Pirate Bay te blokkeren, maar toen dat geen effect bleek te hebben op inbreukmakende bestandsuitwisseling werd de blokkade weer opgeheven. Het auteursrecht spoelde ondertussen nog iets verder weg door het elektronisch vergiet.

De grootste ontwikkeling van de afgelopen twee jaar is echter misschien wel de toegenomen invloed op de rechtsontwikkeling van het Hof van Justitie. Het Hof benadert juridische problemen in het technologie- en informatierecht al langer als botsingen van conflicterende grondrechten, waaronder met name vrijheid van meningsuiting, privacy, intellectuele eigendom en vrijheid van onderneming. Waar het Hof zich in het verleden vaak beperkte tot de opdracht dat nationale wetgevers en rechters een juist evenwicht moesten verzekeren, is het in toenemende mate geneigd om zelf knopen door te hakken. Alleen al in de eerste helft van 2014 heeft het Hof privé-downloaden uit illegale bron verboden, hyperlinken toegestaan, de Richtlijn bewaarplicht telecommunicatiegegevens vernietigd en in de bestaande Privacy-richtlijn uit 1995 een recht om door zoekmachines ‘vergeten te worden’ gelezen waarvan de mogelijke invoering in een toekomstige Privacyverordening nog voorwerp was van verhit debat.

Kroniek Technologie en recht (met Niels van der Laan), gepubliceerd in Nederlands Juristenblad 2014/35 van 17 oktober 2014 [PDF]. Het hele nummer, inclusief kronieken van diverse andere rechtsgebieden, staat op de website van het NJB.

 

Een ongenuanceerd afluisterdebat

Inmiddels is het verslag van het algemeen overleg over de aftapstatistieken in de Tweede Kamer van 26 november 2009 gepubliceerd. Ik schreef daar eerder over.

Boeiend is wederom de zalvende woorden die VVD’er Fred Teeven spreekt over de toepassing van aftapbevoegdheden door justitie: per geval hebben politiemensen, de officier van justitie en de rechter-commissaris daar goed naar gekeken, dus met de effectiviteit zit het wel snor. Als ex-officier van justie heeft Teeven natuurlijk bij uitstek relevante ervaring, maar in dit soort debatten denkt en praat hij nog steeds als een officier van jusititie die zich verdedigt tegen lastige, in zijn ogen ongetwijfeld domme kamerleden. In zijn nieuwe hoedanigheid als volksvertegenwoordiger moet Teeven juist zelf lastige vragen stellen aan de overheid, de luis in de pels zijn die met ogenschijnlijke domheid serieuze zaken bloot legt. Continue reading “Een ongenuanceerd afluisterdebat”

Aftapcijfers

Digitale burgerrechtenstichting Bits of Freedom haalde deze week een mooi succes met haar briefing aan Kamerleden over het Nederlandse aftapbeleid. Mede dankzij de aangereikte feiten en argumenten wist de Tweede Kamer in het algemeen overleg over de tapstatistieken minister Hirsch Ballin van Justitie te dwingen tot concessies. Er komt een nieuw, onafhankelijk rapport naar de omvang en effectiviteit van aftappen. Ook het aantal internettaps zal vanaf 2010 worden bijgehouden en gepubliceerd.

In eerdere, schriftelijke antwoorden had Hirsch Ballin de Kamer nog vakkundig het bos in gestuurd met geruststellende vrijblijvendheden. Nu had de minister te maken met kritische vragen uit vrijwel alle hoeken van de Tweede Kamer, met uitzondering van de stoere jongens van de VVD.

Ondertussen blijkt één Amerikaanse mobiele aanbieder in de periode oktober 2008 – oktober 2009 maar liefst 8 miljoen justitiële verzoeken om locatiegegevens van klanten te hebben verwerkt. De verantwoordelijke Sprint-manager lichtte dat zelf toe op een aftapcongres in Washington. Promovendus Christopher Soghoian, die het nieuws naar buiten bracht, werd prompt gedwongen de audio-opnames van het congres van zijn site te verwijderen: inbreuk op het auteursrecht van de sprekers.

Soghoian’s artikel bevat ook verder een mooie analyse van de ontwikkeling van aftappen en gegevensverstrekking in de Verenigde Staten. Net als in Nederland zijn gegevens over internettaps vrijwel niet te krijgen. Duidelijk is wel dat er in de VS aanzienlijk minder getapt wordt dan in Nederland. En wat het opvragen van klantinformatie betreft: de Nederlandse centrale databank CIOT wordt zo’n drie miljoen keer per jaar bevraagd, aldus de presentatie van Justitie-medewerker Bladder op een ander congres, afgelopen mei.

[update 18/1/10: inmiddels is het verslag van het algemeen overleg van 26 november 2009 gepubliceerd.]

Van postbode naar wijkagent

Rechtenorganisaties en justitie doen de afgelopen jaren bij de preventie en opsporing van onwenselijk gedrag steeds vaker en indringender beroep op medewerking van internetaanbieders. Waar die zich vroeger konden beperken tot het faciliteren van internettoegang, moeten zij inmiddels informatie over hun klanten en hun internetverkeer vastleggen en op verzoek verstrekken aan justitie en particuliere handhavingsorganisaties als de Stichting Brein. Verdergaande verplichtingen, bijvoorbeeld om internetverkeer te filteren of om internetgebruikers af te sluiten als zij zich misdragen, liggen op de tekentafel.

Mijn stelling is dat internetaanbieders zeker een bepaalde maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben, maar dat de pendulum inmiddels te ver is doorgeschoten en dat de meeste nieuwe voorstellen zelfs een regelrechte bedreiging zijn voor de rechten van internetgebruikers. Dat was het thema van mijn presentatie vandaag op het symposium van Sirius, de studievereniging van Utrecht Law College. Het symposium met de titel “Found you in 0.18 seconds” ging over privacy op internet. Arnout Engelfriet liet aan de hand van vele voorbeelden mooi zien hoe privacyschendingen op internet de gewoonste zaak van de wereld zijn geworden. “Privacy op internet” blijft een lastig thema, zeker voor de huidige generatie studenten die gewend zijn veel persoonlijke informatie over zichzelf op internet te delen.