Naakt vliegen is nog veiliger

Eén mislukte bomaanslag is voldoende om het publieke debat over veiligheidsmaatregelen weer van iedere nuance te ontdoen. Politici klagen dat respect voor hun ambt verdwijnt, maar durven zelf de waarheid niet te vertellen.

Het NOS Journaal besteedde deze week flink aandacht aan de bodyscan, een geavanceerde machine waarmee de Nigeriaan Umar Farouk Abdulmutallab op Schiphol “waarschijnlijk” gepakt had kunnen worden voordat hij op het vliegtuig naar Detroit stapte met explosieven in zijn ondergoed. Maar, zo meldde het Journaal er steeds bij, “de bodyscan mag nu nog niet worden gebruikt vanwege privacyregels.”

Ook de Vereniging van Nederlandse Verkeersvliegers en de Vakbond van Nederlands Cabinepersoneel reageerden onmiddellijk, met een gezamenlijk persbericht nog wel. De kern: “De overheid dient zorg te dragen voor een zeer snelle evaluatie en meteen daarna toepassing van nieuwe technische mogelijkheden. Daarbij dient de balans tussen veiligheid en privacy ten principale altijd in het voordeel van de veiligheid uit te slaan.”

De boodschap is duidelijk: technologie biedt veiligheid, maar uw en mijn veiligheid kunnen niet gegarandeerd worden zolang die privacyregels niet worden ingedamd.

Natuurlijk moeten alle redelijke maatregelen worden getroffen om terroristische aanslagen te voorkomen. Toch hebben de Journaal-redactie en de vliegers er weinig van begrepen. Continue reading “Naakt vliegen is nog veiliger”

De Engelse persrechter vertelt

Mr Justice Eady, de Engelse rechter die de laatste jaren alle grote privacyzaken tussen kranten en Bekende Britten voor zijn rekening nam, heeft het niet makkelijk. De Britse boulevardpers heeft het op hem gemunt, beschuldigt hem ervan eenzijdig het Engelse recht te veranderen ten nadele van de vrije pers. Hij zou niet “accountable” zijn, zich boven het Parlement stellen, ga zo maar door.

Op een recent congres vertelde Eady zijn kant van het verhaal. Het is, zoals je van een Engelse rechter zou verwachten, een zeer leesbaar en zorgvuldig onderbouwd verhaal. Vroeger kende de Engelse wet geen apart recht op privacy, maar moesten celebrities het hebben van afgeleide concepten als breach of confidence. Ondertussen was Engeland wel partij bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dus moest een persslachtoffer vaak eerst vrij kansloos procederen in Engeland en dan, moe- en armgestreden, alsnog zijn gelijk halen bij het Europese hof in Straatsburg.

Sinds de huidige Labour-regering het verdrag rechtstreeks incorporeerde in het Engelse recht, moeten de rechters – net als in de rest van Europa – het belang van de pers bij vrijheid van meningsuiting zorgvuldig afwegen tegen het privacybelang van degene die ongewenst voorwerp is van een perspublicatie. Als een perspublicatie wel iemands privacy schendt maar geen bijdrage levert aan de debat van publiek belang, zal de journalist zich niet snel kunnen beroepen op vrijheid van meningsuiting.

Justice Eady kan er wel om lachen: het is voor de Britse kranten gewoon even wennen dat alle grondrechten in beginsel van gelijke rang zijn en dat zelfs publieke figuren recht hebben op bescherming van hun privacy. Voor roddelbladen is dat inderdaad een schokkende ontwikkeling, maar een bedreiging van de vrije pers kan je het niet noemen.

Het valse veiligheidsdilemma

Een recente brief van het kabinet markeert een fundamentele stap in het denken over veiligheid en burgerrechten. Zij moeten niet meer in concrete gevallen tegen elkaar worden afgewogen; vanaf nu gaat veiligheid voor. Het is een even onjuiste als onnodige keuze.

Op 3 november publiceerde het kabinet zijn standpunt over het advies van de Commissie Brouwer-Korf, over veiligheid en privacy, en de evaluatie van de Wet bescherming persoonsgegevens. De kop boven het persbericht verkondigt “Meer aandacht voor privacybescherming burgers”. Dat dekt alleen de lading van de brief als je “inperken” ook ziet als een vorm van “aandacht geven”: in werkelijkheid gaat de overheid meer gegevens opslaan en uitwisselen.

Dat burgers “erop mogen rekenen” dat overheidsinstanties waar nodig informatie delen, klinkt plausibel, haast evident. Niemand wil dat boeven vrijuit gaan omdat ‘de instanties’ even niet communiceerden. Toch is wezenlijk verschil van inzicht mogelijk over wanneer het vanuit veiligheidsoogpunt noodzakelijk is dat overheidsorganisaties persoonsgegevens uitwisselen, alsmede over de verdere details van die uitwisseling. Wiens en welke gegevens worden uitgewisseld? Wie kan er allemaal bij? Hoe worden de gegevens geverifieerd en beveiligd? Worden de gegevens vernietigd als verder gebruik niet meer noodzakelijk is voor de veiligheid? Continue reading “Het valse veiligheidsdilemma”

Van postbode naar wijkagent

Rechtenorganisaties en justitie doen de afgelopen jaren bij de preventie en opsporing van onwenselijk gedrag steeds vaker en indringender beroep op medewerking van internetaanbieders. Waar die zich vroeger konden beperken tot het faciliteren van internettoegang, moeten zij inmiddels informatie over hun klanten en hun internetverkeer vastleggen en op verzoek verstrekken aan justitie en particuliere handhavingsorganisaties als de Stichting Brein. Verdergaande verplichtingen, bijvoorbeeld om internetverkeer te filteren of om internetgebruikers af te sluiten als zij zich misdragen, liggen op de tekentafel.

Mijn stelling is dat internetaanbieders zeker een bepaalde maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben, maar dat de pendulum inmiddels te ver is doorgeschoten en dat de meeste nieuwe voorstellen zelfs een regelrechte bedreiging zijn voor de rechten van internetgebruikers. Dat was het thema van mijn presentatie vandaag op het symposium van Sirius, de studievereniging van Utrecht Law College. Het symposium met de titel “Found you in 0.18 seconds” ging over privacy op internet. Arnout Engelfriet liet aan de hand van vele voorbeelden mooi zien hoe privacyschendingen op internet de gewoonste zaak van de wereld zijn geworden. “Privacy op internet” blijft een lastig thema, zeker voor de huidige generatie studenten die gewend zijn veel persoonlijke informatie over zichzelf op internet te delen.

Een beetje vrijheid terug

Op 14 augustus werd na drie jaar winterslaap de doorstart aangekondigd van Bits of Freedom, de waakhond voor digitale burgerrechten. Geen dag te laat, want er is veel werk te doen.

Het met nieuw geld herrezen Bits of Freedom wordt geleid door Ot van Daalen, tot voor kort een knappe advocaat bij het vooraanstaande kantoor De Brauw. Zijn stap bewijst dat er toch iets mooiers is dan het dienen van het grootkapitaal – wat voor veel advocaten als een verrassing zal komen.

In zijn eerste speech vertelde Van Daalen dat BOF als eerste de veiligheid van privacygevoelige databanken aan de kaak te willen stellen. Dat is een terecht speerpunt, al zou ik er voor pleiten om niet alleen de beveiliging van die databanken aan de kaak te stellen, maar ook het überhaupt bestaan van vele daarvan. Continue reading “Een beetje vrijheid terug”

You know they all know

Is de pers er voor om de samenleving te beschermen tegen de hypocrisie van de machtigen der aarde? Heeft het publiek het recht te weten als een beroemdheid vreemd gaat? Of hebben zelfs zij recht op een privéleven?

“You know they all know.”

Aan het woord is Formule 1-baas Max Mosley, die aan een Britse parlementscommissie vertelde over het effect op zijn privéleven van tabloidonthullingen over een SM-sekspartijtje, waarover ik vorige zomer schreef. Mosley won zijn rechtszaak tegen News of the World, hoewel de schadevergoeding niet voldoende was om zijn proceskosten te dekken. Kern van Mosley’s betoog is dat zijn waardigheid onherstelbaar beschadigd is, zonder dat daarvoor enige aanleiding of rechtvaardiging bestond. Op feestjes en partijtjes zegt niemand er iets over, maar je weet dat ze het allemaal weten. De wetenschap dat anderen je geheimen kennen is de kern van privacyschending. Continue reading “You know they all know”

Racisten hebben rechten

De extreemrechtse British National Party (BNP) heeft het zwaar. Een boze ex-medewerker zette de complete ledenlijst online. De partij is begrijpelijkerwijs boos over deze grove schending van de privacy van haar leden, maar maakt zich daar zelf ook schuldig aan.

Tegenstanders en media hebben zich gestort op de ledenlijst, die onder meer gepubliceerd is op Wikileaks. Zij zijn vooral op zoek naar absurde details en naar prominente leden die aan de schandpaal genageld kunnen worden. De heksenjacht gaat verder: bij het huis van een man die op de lijst staat werd zelfs een auto in brand gestoken. Ondertussen is het verkeer naar de partijwebsite explosief gestegen.

De uitgelekte lijst bevat de namen, adressen en telefoonnummers van zo’n 13.000 huidige en voormalige leden en geïnteresseerden, vaak voorzien van extra commentaar zoals leeftijd, beroep, activisme en kwalificaties die de partij kennelijk waardeert (ehbo diploma, duikbrevet, etc.). Het meest absurde voorbeeld dat ik kon vinden was de aantekening van de partijmedewerker bij een mevrouw uit Cornwall: “Hobbies: military vehicles – owner of a WW2 jeep. Singer with a ladies’ barbershop chorus and quartet. Solo singer: Vera Lynn act.” Waarom een partij dit soort informatie over leden bijhoudt is mij een raadsel. Continue reading “Racisten hebben rechten”

Het privéleven van een moordenaar

Mogen de media citeren uit het dagboek van de vermoedelijke moordenaar van Louis Sévèke? Bij huiszoeking zijn geschriften van Martinus T. gevonden, waarin deze volgens dagblad De Gelderlander de moord bekent en toelicht. De advocate van Martinus T. is daar terecht boos over: ook iemand die een moord heeft bekend, heeft recht op bescherming van zijn auteursrecht, privacy en recht op een behoorlijke verdediging.

De zaak raakt de kern van het auteursrecht: het recht van de auteur om zelf te bepalen of, wanneer en hoe zijn werk in de openbaarheid wordt gebracht. Als de auteur wil dat zijn werk niet gepubliceerd wordt, dan is dat in principe zijn goed recht.

Het citaatrecht komt pas aan de orde als het werk gepubliceerd is: de Auteurswet geeft geen recht om te citeren uit werken die nog niet zijn openbaargemaakt. Daarom mocht Het Parool in 1998 geen citaten afdrukken van voorheen ongepubliceerde pagina’s uit het dagboek van Anne Frank.

Misstand

Maar zelfs bij ongepubliceerde geschriften is het auteursrecht niet absoluut. Er zijn situaties denkbaar, waarin de vrijheid van meningsuiting moet voorgaan. Het is niet de bedoeling dat met een beroep op auteursrecht een misstand verborgen kan blijven, of dat daarmee het publieke debat over een wezenlijk onderwerp onmogelijk gemaakt kan worden. In 2003 besliste de rechter dat geciteerd mocht worden uit geheime, niet gepubliceerde geschriften van de Scientology-beweging, omdat die citaten hielpen om een misstand aan de kaak te stellen. Die citaten gingen namelijk juist over de strategie van de beweging om tegenstanders met alle mogelijke juridische middelen het leven onmogelijk te maken.

Het feit dat de inhoud van het dagboek van Martinus T. een aanzienlijke nieuwswaarde heeft, is niet voldoende om zijn auteursrecht opzij te zetten. Het publieke debat over de moord kan gevoerd worden zonder letterlijke citaten uit het dagboek. De komende strafzaak zal bovendien waarschijnlijk nog voldoende informatie opleveren over zijn daden en motieven.

Zielenroerselen

Behalve het auteursrecht speelt bij publicaties uit dagboeken ook de privacy een belangrijke rol. In het geval van Anne Frank legde dat, vijftig jaar na haar dood, weinig gewicht meer in de schaal. Maar het privacybelang van T. is actueel. Hij heeft zijn dagboek vermoedelijk niet geschreven met het oog op publicatie daarvan en heeft in principe het recht dat zijn mijmeringen en zielenroerselen de zijne blijven.

Maar het publiek heeft toch het recht om geïnformeerd te worden over actuele zaken, hoor ik u denken. Dat is waar, maar rechtvaardigt niet elke inbreuk. Er zijn in Nederland zo veel privégeschriften die relevant zijn voor het publieke debat en die mediaconsumenten fascinerend zouden vinden: denk maar aan de dagboeken en privécorrespondentie van bekende Nederlanders zoals leden van het Koninklijk Huis, politici of soapies. Maar ook zij hebben recht op auteursrecht en op bescherming van hun privacy. Zij mogen zelf beslissen of ze daar ooit iets van publiceren en, zo ja, wat, wanneer en hoe.

Vogelvrij

Is de positie van Martinus T. dan nog anders omdat hij vermoedelijk schuldig is aan een misdrijf? Nu hij de moord op Sévèke heeft bekend, is hij terecht voorwerp van intense – en uiteraard vooral negatieve – publieke belangstelling en publicaties. Daar kan hij zich niet tegen verzetten. Maar zijn daad maakt hem niet vogelvrij. Het is begrijpelijk en verleidelijk – maar ook verkeerd – om de rechten van daders te offeren aan de nieuwsgierigheid van het publiek.

Het meest opmerkelijke is misschien nog wel dat De Gelderlander überhaupt aan het dagboek is gekomen. Het is bij huiszoeking in beslag genomen – hoe komt het dan opeens bij de media terecht? Het klinkt misschien ouderwets en naïef, maar als vanuit justitie bewijsmateriaal in een lopende strafzaak is gelekt naar de media, dan is dat verkeerd. Natuurlijk heeft de moord op Sévèke veel onrust veroorzaakt en heeft het publiek veel belangstelling voor de motieven van de vermoedelijke dader. Het is echter niet de taak van justitie om bij te dragen aan trial bij media.

Oorspronkelijk gepubliceerd op NU.nl.