Filtering away infringement – mock trial

During the Information Influx conference organised by the Institute for Information Law, I took part in a mock trial against Prof. Dirk Visser on the merits – or lack thereof – of ordering internet intermediaries to filter or block infringing online content.

The debate was part of a panel entitled Filtering away Infringement: Copyright, Injunctions and the Role of ISPs.  A write-up can be found here.

Belangenafweging in het informatierecht: het arrest Scarlet/SABAM en de botsing tussen auteursrecht en ondernemingsvrijheid, uitingsvrijheid en privacy

 

Kan een aanbieder van internettoegang verplicht worden om op eigen kosten een filter te installeren dat alle dataverkeer van zijn klanten doorzoekt en inbreukmakend verkeer automatisch herkent en blokkeert? Nee, oordeelde het Hof van Justitie, in een arrest dat door internetaanbieders en voorvechters van ‘digitale burgerrechten’ met triomfantelijk gejuich werd ontvangen. Toen de slingers waren opgeborgen rees bij nuchtere nalezing de vraag of het arrest wel zo principieel was: of het wel meer was dan een voor de hand liggende afwijzing van een extreem en evident onbestaanbaar filtersysteem, zonder veel relevantie voor andere gevallen. Die beperkte lezing werd van harte aanbevolen door belangenbehartigers van de contentindustrie, die bang was om het in de loop van jaren opgebouwde handhavingsmomentum te verliezen. Deze bijdrage analyseert de reikwijdte en dus bredere relevantie van het arrest, waarin de afweging tussen botsende informatiegrondrechten centraal staat.

Bijdrage over HvJ 24 november 2011, zaak C-70/10 (Scarlet Extended / SABAM), verschenen in de VMC-lustrumbundel 25 jaar Mediaforum, een blik vooruit via de achteruitkijkspiegel. 25 jaar rechtspraak media- em commnicatierecht, Otto Cramwinckel 2013.

 

 

Politie staat tevergeefs op haar strepen, uitingsvrijheid gaat voor

 

Mag de Staat met een beroep op zijn auteurs- en merkenrechten op de politiehuisstijl voorkomen dat politieauto’s en -uniformen worden gebruikt in een tv-serie waarin een ‘onwenselijk’ beeld van de politie wordt neergezet? De Amsterdamse rechtbank oordeelt van niet, in een illustratieve toepassing van de door Luxemburgse en Straatsburgse rechters bevolen horizontale integratie van het intellectuele eigendomsrecht.politielogo

Noot bij Vzr. Rb. Amsterdam 10 april 2013, LJN: BZ6854 (Four One Media / Staat), eerder gepubliceerd in Mediaforum 2013-7/8 [PDF]politiestriping

 

 

 

 

Continue reading “Politie staat tevergeefs op haar strepen, uitingsvrijheid gaat voor”

NJB-kroniek Technologie en recht 2011-2012

‘Technologierecht’ is geen afgebakend rechtsgebied, ‘technologie en recht’ is vooral een tijdelijke wachtkamer voor ontwikkelingen die nog niet door hun eigen rechtsgebied zijn opgehaald. De technologische vooruitgang bezorgde de uitvoerende, wetgevende en rechtsprekende machten wel veel moeilijke vragen en de respons was wisselend en aarzelend. Er dient zich een generatie digital natives aan, van burgers die met internet zijn opgegroeid en zich afvragen waarom die digibete stenentijdperkjuristen zoveel dode bomen nodig hebben om met hopeloze analogieën vragen te lijf te gaan die zij op basis van eigen kennis en intuïtie al kunnen beantwoorden. Steeds meer zetten zij hun stempel op de complexe afwegingen van botsende (grond)rechten die in de digitale informatiesamenleving onvermijdelijk zijn.

Kroniek Technologie en recht (met Niels van der Laan), gepubliceerd in Nederlands Juristenblad 2012/35 van 12 oktober 2012 [PDF]

Correctie: de weergave op p. 2516 van het arrest NORMA / NL Kabel (Hof Den Haag 10 april 2012, LJN BW1078) is onjuist. De juiste weergave is:

In lijn met de Europese uitspraken oordeelde het Hof Den Haag dat de omroepen bij het aanleveren van hun programma’s aan de kabelexploitanten geen (primaire) openbaarmaking verrichten.

 

Tussen netneutraliteit en netwerkconcurrentie

Opiniestuk geschreven met Pepijn van Ginneken, ter inleiding van Mediaforum 2012-7/8 – een themanummer over netneutraliteit.

Op 1 januari 2013 treedt de Nederlandse regeling inzake netneutraliteit in werking, neergelegd in het nieuwe artikel 7.4a Telecommunicatiewet. Nederland is na Chili het eerste land met een dergelijk gebod van netneutraliteit. De regeling, geïntroduceerd door een amendement in de Tweede Kamer, wil opkomen voor een open en vrij internet dat iedereen toelaat om alle diensten en websites te bezoeken en iedereen de mogelijkheid geeft om nieuwe, innovatieve diensten en websites aan te bieden. Providers mogen diensten van derden (video, VoIP, messaging en dergelijke) niet discrimineren ten voordele van diensten die ze zelf aanbieden.

Op Europees niveau werd al langer uitgebreid gedebatteerd over dit thema, en werden als gevolg daarvan de nodige basisregels vastgelegd in de in 2009 aangepaste telecomrichtlijnen. Deze regels gaan in de eerste plaats uit van een sterke transparantie, waarbij operators altijd duidelijk moeten aangeven wat voor differentiatie en maatregelen ze toepassen om congestie onder controle te houden. Verder krijgen de nationale toezichthouders de opdracht om marktontwikkelingen op de voet te volgen en indien nodig in te grijpen.

De Nederlandse regeling gaat verder dan het Europese telecomkader en beoogt discriminatie van tevoren te verbieden. In dit themanummer wordt de Nederlandse alleingang vanuit verschillende invalshoeken belicht. Allereerst introduceert Jannetje Bootsma de hoofdregel van het nieuwe artikel 7.4a Tw en de verschillende uitzonderingen daarop. Vervolgens wordt de regeling nader beschouwd in het licht van de Europese interne markt (Jasper Sluijs) en de vrijheid van meningsuiting (Matthijs van Bergen). Zet men die artikelen tegenover elkaar, dan is duidelijk dat het gezichtspunt van de kijker van grote invloed is op het oordeel dat men heeft: is artikel 7.4a – gechargeerd gezegd – een nodeloze en schadelijke doorkruising van de interne markt, of een lichtend voorbeeld van hoe de wetgever het open en vrije internet kan voorzien van een grondrechtelijke bescherming? Tot slot bieden Matthijs Visser en Wouter de Weert een economische blik op netneutraliteit: welke incentives hebben marktdeelnemers om het gedrag te vertonen dat artikel 7.4a beoogt te voorkomen, en welke onvoorziene economische consequenties zal de regeling mogelijk hebben?

Continue reading “Tussen netneutraliteit en netwerkconcurrentie”

De wet van Murphy – Het Premier League-arrest van het Hof van Justitie en de toekomstige exploitatie van uitzendrechten

Mogen voetbaluitzendrechten territoriaal exclusief verkocht worden? Mag de import van buitenlandse satelliettelevisiepakketten en -decoders worden verboden om stadionbezoek te stimuleren? Zit er überhaupt wel auteursrecht op (uitzendingen van) voetbalwedstrijden, of alleen maar op ingemonteerde logo’s en jingles? Dat zijn de belangrijkste vragen die aan de orde komen in dit arrest van het Hof van Justitie dat, afhankelijk van wie je het vraagt, zal leiden tot radicale aanpassingen in de exploitatie van uitzendrechten of alleen tot wat meer muziek en plaatjes in voetbalprogramma’s.

Artikel geschreven met Pepijn van Ginneken, gepubliceerd in Mediaforum 2011-11/12 [PDF]

Continue reading “De wet van Murphy – Het Premier League-arrest van het Hof van Justitie en de toekomstige exploitatie van uitzendrechten”

Internettussenpersonen & auteursrecht

Op 21 november heb ik een presentatie gegegeven op de PAO-cursus Actualiteiten Auteursrecht in Leiden, over de positie van internet tussenpersonen in discussies over auteursrechtinbreuk op internet. Mijn presentatie is hier te downloaden.